Waarom makkelijk als het moeilijk kan? (en andersom)

Je hebt nog de oplossingen tegoed van de ‘puzzeltjes’ uit het Brabants Kampioenschap.

Bij het linker diagram (uit de partij César Becx- Niklas van der Valk) was de vraag: hoe bouwt wit zijn voordeel uit? Je kijkt natuurlijk eerst naar 38. b5, maar dat faalt op Kxc5, want na Ld4 Kxc4 werkt Tc1 niet omdat de witte loper ongedekt staat. Tja, stond die maar verder weg. Aha, dus: 38. Lf6!

Niet de eerste zet waar je naar kijkt, maar wel heel effectief, want je wint een tweede pion. Op 38… exf6 volgt namelijk 39. Td6 mat! En de dekzet 38… Te8 helpt evenmin: 39. Lxe7! 

Zwart speelde daarom maar 38… axb4 39. axb4 b5, maar na 40. cxb6 ep  Kxb6  41. Lxe7 had wit geen probleem om de winst binnen te hengelen.

   

Dan het rechter diagram uit de partij Bob Jansen – César Becx. Geen extra diagrammen voor de luiwammesen, pak er het bord maar bij. Ik vertrouwde 18… Pxe4 niet zo, hoewel de engine dat genoeg vindt voor gelijk spel. Maar nee, het moest weer complexer: 18… axb4!? Laat doodleuk dubbelschaak toe! Terechte vraag: waarom besteedt iemand in vredesnaam tijd om uit te rekenen of dat een supergoed idee is? Een advies aan de vele onervaren nieuwe leden: don’t try this at home, let alone at Cinecitta

Maar goed, gedaan is gedaan: 19. Lxc6  Kd8  20. Lxb7  Txa1  21. Txa1  bxc3

Aha, da’s wel aardig: na 22. Ta8  Kc7 Txh8 doet zwart cxb2 en de pion loopt ongehinderd door. Dus: 22. bxc3. Nu zit zwart alsnog in de problemen, toch? Er dreigt Ta8 en het paard lijkt opgesloten na het verplichte  22… Kc7  23. Ld5. Maar het gaat vrolijk verder: 23… Tb8. Het onderste-rijmotief gaat het paard redden. Prachtig is dat het ook werkt na 24. Ta7  Kb6 (gaat de eigen toren vrijwillig in de weg staan) 25. Ta2 en nu het fraaie 25… Kc5 met dubbele dreiging Kxd5 en Tb1 mat.

Toch zit er – helaas, helaas – juist in deze fraaie variant een gaatje: na 24. Ta7 Kb6 kan wit 25. Txf7! spelen, om Kc5 te beantwoorden met 26. Lb7! Kb6 (wat anders?) 27. Lf3 en dan moet zwart met Pxf3 het nadelige toreneindspel remise zien te houden. Dat is dan ook precies de reden dat de engine op zet 18 de voorkeur geeft aan het triviale Pxe4. De tweede les voor onze debutanten: keep it simple!

In de partij ontging beide spelers de manoeuvre Ta7-Txf7 en ging het na 23… Tb8 verder met 24. Lxf7  Tb1  25. Txb1  Pxb1  26. c4   Pd2  27. f4 Kb6  28. Kf2  Kc5  29. Ke3  Pxc4  30. Kd3  d5. Deze stelling had ik voor ogen toen ik 18…axb4 speelde. Met winstkansen, had ik gedacht. Ten onrechte. De witte loper is weliswaar gecastreerd ten opzichte van het dubbelschaak op zet 19, maar de verdedigende functie is voldoende, ook na 31. g4  g5  32. Lg8 (tja, jammer dat slaan niet verplicht is) gxf4  33. Ke2  Pe5  34. g5  d4  35. Lxh7  Kd6  36. h4  Ke7  37. Lf5  Kf8  38. h5  Kg7 en remise. Het paard en de pionnen houden samen de witte koning buiten de deur. Wit mag gerust h5-h6 spelen. Dan gaat de zwarte koning de hoek in, en zo gauw de andere pion dan op g6 verschijnt sla je die met het paard. Dan heeft wit de ‘verkeerde loper’, omdat de zwarte koning nooit van het schaakbestendige veld h8 kan worden verdreven en alleen maar pat gezet kan worden. 

  

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *