Het tweede scoorde wederom boven (rating)verwachting, maar tegen de echt sterke teams levert dat geen matchpunten op. Teamcaptain Arjen bericht.
Thuis tegen de koploper -alweer een vreselijk sterk team (gemiddeld 2201)- leverde een heel redelijke 3-5 nederlaag op.
Erwin zat met zwart op bord 1: ‘Ik kwam prima uit de opening, maakte daarna twee slechte keuzes c.q. rekenfouten (vooral 16… Tfe8?? was niet al te best) en moest toen heel hard werken om, met een beetje geluk, het halfje nog te keepen.
16…Tfe8 [16…Lxe4 17.dxe4 c4]17.Lxf6 Lxf6 18.Pxf6+ gxf6 19.Dxf6 Lxg2 20.Kxg2 [20.Tf5 Dc6] 20…Te2+ 21.Tf2 Txf2+ 22.Kxf2 Txd3 23.Dg5+ Kf8 24.Dh6+ Kg8 25.Dg5+ Kf8 26.Dh6+ Kg8 27.Te1 Dd7 28.Dg5+ Kh8 29.Df6+ Kg8 30.Dg5+ Kh8 31.Dxc5 Td2+ 32.Te2 Txe2+ 33.Kxe2 De6+ 34.Kf2 Kg8 35.Dg5+ Kf8 36.Dc5+ Kg8 37.Dg5+ Kf8 38.Dd8+ Kg7 39.Dd4+ Kg8 40.c4 Df5+ 41.Kg2 b6 42.h4 h5 43.a3 Kh7 44.Dd5 Dc2+ 45.Kf3 Db3+ 46.Kf4 Kg8 47.Dd8+ Kh7 48.Dd4 Kg8 49.Dd8+ Kh7 50.Dd4 Kg8 51.g4 hxg4 52.Kxg4 Dc2 53.Kf3 Db3+ 54.Ke2 Dc2+ 55.Ke3 Kf8 56.Dd8+ Kg7 57.Dd4+ Kg8 58.Dd8+
½–½
Peter op bord 2 mocht tegen de een-na-sterkste tegenstander (Bertholée met 2311) en hield knap remise:
‘Na in de voorstoot gehoord te hebben dat ik waarschijnlijk tegen Bart Konijn zou moeten werd het uiteindelijk Rob Bertholée. Ik speelde een Frans gambiet, wat al snel heel principieel werd. Helaas dacht ik dat het eindspel met mooi paard op d6 wel beter voor me zou zijn, maar dat bleek niet echt. Zetherhaling leek beide partijen dan ook het beste.’
1. e4 e6 2. Nf3 d5 3. e5 Ne7 4. b4 d4 5. Bb2 c5 6. bxc5 Nec6 7. Bb5 Bxc5 8. O-O O-O 9. Qe2 Qe7 10. c3 Rd8 11. Qe4 dxc3 12. Bxc3 Nd7 13. d4 Bb6 14. Nbd2 f5 15. Qb1 Nf8 16. Nc4 Nxd4 17. Nxd4 Bxd4 18. Bxd4 Rxd4 19. Nd6 Bd7 20. Qb2 Bxb5 21. Qxd4 Bxf1 22. Rxf1 Qc7 23. Qb2 Qb6 24. Qc3 Qc6 25. Qb2 Qb6 26. Qc3 Qc6 27. Qb2 Qb6 1/2-1/2
Op bord 3 zat Elias die maar geen ‘zwakke’ tegenstander tegen zich krijgt. Ook ezet keer werd zwaar geschut ingezet (2235) hetgeen voor Elias -ondanks verwoed verzet- te veel was deze dag.
Xiheng mocht op bord 4 wél tegen eerdergenoemde Bart Konijn: ‘Het was een rustige opening: er werden een paar stukken geruild, beide kanten rokeerden en zo’n beetje aan het begin van het middenspel kreeg ik kansen. Ik had namelijk een dame op c2 en een paard op g5, en het was lastig voor mijn tegenstander om h7 te dekken. Hij koos voor g6 (enige zet) waarna ik een onnauwkeurige zet deed waarop zwart met tempo op d4 kon pakken vanwege mijn dame op c3. Beter was dus ook om Dc1 te doen waarmee dat voorkomen wordt. Hierna heeft wit gewoon meer activiteit en aanval met tactische mogelijkheden.
Nadat ik dat gemist had kwam ik in een stelling waar het loper+paard tegen toren+pion was. Ik stond nog steeds iets beter, maar het was al niet veel meer. Uiteindelijk koos ik voor een onhandige afwikkeling naar een eindspel waar zwart iets beter stond. Dat eindspel werd tenslotte remise.’
Simon speelde op bord 5 aanvankelijk een uitstekende partij tegen het kanon, IM Frank Kroeze (2379). Hij kwam erg goed te staan, maar oplopende tijdnood in combinatie met meesterlijke handigheid in verloren stellingen zorgde ervoor dat Kroeze ontsnapte en uiteindelijk zelfs won. Zonde!
Zelf zat ik op bord 6. Ik baalde na afloop van een aantal halfslachtige beslissingen. Beide spelers kenden tijdnood en met nog anderhalve minuut op de 34ste zet bood mijn tegenstander remise aan, wat ik op dat moment niet (meer) kon weigeren.
César op bord 7 verwoordde het als volgt: ‘Hierbij mijn partij, erg leuk om te spelen, maar jammer dat ik het remise liet lopen. Ik zat in de eerste cruciale fase steeds te vlassen op een tempodwang, maar realiseerde me niet dat die zich min of meer vanzelf zou aandienen. Na b4-b3? opnieuw begonnen met nog een leuke nieuwe winstmanoeuvre en een grappige ultieme poging. Maar helaas…
Het was een partij van bijna 80 zetten, waarvan zo’n 30 steeds op increment. We lopen de cruciale momenten even langs. Ik had zwart en kreeg na vijf zetten al een ongebruikelijke stelling op het bord. Mijn tegenstander behandelde die verre van optimaal, en dat valt af te lezen aan onderstaande stelling:
Henk-Jan Paalman – César Becx
Na enig nadenken kwam ik tot de conclusie dat ik hier mijn loper tijdelijk ‘slecht’ moet maken, om de bewegingsvrijheid van de witte stukken nog verder in te perken: 20… d5! De loper gaat op weg naar e8, het paard naar d6 en dan gaat het vast vanzelf.
We maken een sprong. Met aanvankelijk goede techniek bereikte ik bovenstaande stelling, waarin net de dames zijn geruild op h4. Mijn tijd begon alweer wat krapper te worden en ik besloot hier de stelling verder te vereenvoudigen, in de veronderstelling dat pionwinst verderop wel beslissend zou zijn.
27… Pe4(?) Nog steeds met flink voordeel, maar beter is toch om eerst een pionnendoorbraak op de damevleugel voor te bereiden. De paardenruil – met daaraan gekoppeld de pionwinst op h5 – kan immers op elk gewenst moment.
Toch bleef het voordeel in de navolgende fase intact, al gaf ik wit ergens kennelijk toch even de kans om het te minimaliseren. Nadat ik de h-pion gewonnen had manoeuvreerde ik mijn loper keurig naar d5, en werkte ik consequent toe naar deze stelling:
Ik sta hier nog steeds gewonnen volgens de engine, maar met die vermaledijde 30 seconden zag ik niet zo snel hoe ik verder kon komen. Ik heb het niet uitgevlooid, maar ik denk dat ik op c3 moet slaan op het moment dat wit Th2 of Ld1/f1 speelt, zodat ik beslissend op b1 kan komen met de toren. Gaat wit met zijn toren van de h-lijn af, dan zal ik waarschijnlijk h5-h4 kunnen spelen, waarna na gxh4 Kh5 Th1 de volgende tempodwang zich al snel aandient. Charmant, en eigenlijk simpel. Eerder had ik overigens al de stelling met de toren op c7 gehad, waarna wit niet op b4 mag nemen vanwege c3, gevolgd door Ta7.
Helaas koos ik voor 57… b3? Na 58. cxb3 Txb3 was mijn voordeel ineens goeddeels weg, nog maar 0.7. Maar het bleef lastig voor wit en hij gaf me een nieuwe kans. Ik dacht in deze stelling een mooie manoeuvre te zien – dat was ook zo – maar ik kies in onderstaande stelling voor een suboptimaal veld.
Wit heeft net 66. Th2 gespeeld met remiseaanbod, maar nu kom ik met mijn (voor)laatste winstpoging. De pijl wijst naar b6, maar ik ging helaas naar b8. 66… Tb8 67. Th1 en nu komt ie dan: 67… Lc6! Ik zag diverse teamgenoten bevreemd kijken. 68. Lxc4 La4 69. Kc1 Tc8. Dit geeft alsnog 1.4 voordeel, maar de winst was zoveel makkelijker geweest als ik de toren op b6 had gezet, zodat ik na Tb6-c6 de pion op e6 nog even blijf dekken.
Nu volgde 70. Lxe6 Txc3 71. Kb2
Tja, en verzin nu maar eens snel dat 71… Tc2 72. Ka3 Le8 de allerbeste optie is (+1,8). Maar goed, ook mijn 71… Txe3 had misschien nog genoeg kunnen zijn. 72. Ta1 Lb5 (kansrijker is Le8) 73. Ta5 en nu was 73… Kf6! nog mijn beste kans (+0.7).
Maar er waren volop toeschouwers en ik besloot tot het spectaculaire 73… h4
Wit kan met stalen zenuwen nu remise maken met 74. Txb5 hxg3 75. Txf5 g2 76. Tg5 Kf6 77. Txg4. Maar hij koos voor 74. Lxf5. Nu wilde ik in een impuls Kf6! spelen, maar ik…. durfde het niet. Het is zeer de vraag of wit het enge pad naar remise had gevonden na 75. Txb5 hxg3 76. Lxg4 g2 77. Rb6+ Ke7 78. Rb7+ Kd8 79. Rb8+ Kc7 80. Rc8+ Kd6 81. Rc1 Rg3 82. Bf5 Kd5 83. Rg1 en wit gaat Txg2 (en Lxe4) doen zodra de koning op f2 komt.
In de partij volgde na 74. Kxf5 75. Txb5 Kf6 een zetherhaling na 76. Tb6 Kf7 77. Tb7 Kf6 78. Tb6 Kf7 en remise. Toch jammer van een planmatig gespeelde partij.’
Peggy tenslotte speelde op bord 8: ‘In mijn partij gebeurde niet zoveel. Met wit kreeg ik Caro- Kann tegen. Ik koos voor een rustige opzet; vrij snel werden enkele lichte stukken geruild. Met alleen torens, dame en in een dichtgeschoven pionnenstructuur bereikten we een potremise stelling.’
|
|
|
|||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Kalle, E.C.G. (Erwin) | 2183 | Postma, D. (Dinant) | 2190 | ½ – ½ | ||
| Huibers, P. (Peter) | 2109 | Bertholee, R.C.H. (Rob) | 2311 | ½ – ½ | ||
| Reese de, E. (Elias) | 2070 | Kamphuis, J. (Jasper) | 2235 | 0 – 1 | ||
| Zhang, X. (Xiheng) | 2071 | Konijn, B.J. (Bart) | 2178 | ½ – ½ | ||
| Graauw de, S. (Simon) | 1912 | Kroeze, F.M. (Frank) | 2379 | 0 – 1 | ||
| Amerongen van, A.J.M. (Arjen) | 2079 | Bierenbroodspot, P. (Paul) | 2081 | ½ – ½ | ||
| Becx, C. (César) | 2075 | Paalman, H.J. (Henk-Jan) | 2160 | ½ – ½ | ||
| Amerongen-Jansen van, M.J.C. (Peggy) | 2066 | Buendgen, A. (Achim) | 2074 | ½ – ½ | ||
| Gemiddelde Rating: | 2071 | Gemiddelde Rating: | 2201 | 3-5 |





