De Stukkenjagers 2 – UVS 1 2-6

Het tweede leed tegen kampioen(skandidaat) UVS 1 de grootste nederlaag van het seizoen. Het stond een uitgebreid verslag – onder regie van captain Arjen van Amerongen – niet in de weg.

Vooraf hadden we niet veel illusies tegen het sterke UVS 1, dat zou spelen om het kampioenschap. De uitslag 2-6 was regelmatig, al had er op enkele borden (César, Arjen, Peter) iets meer in gezeten.

Simon mocht op bord 1 met zwart tegen grootmeester Maarten Solleveld (2494!): 

1.c4 b6 2.e4 Lb7 3.Pc3 e6 4.Pge2!? { Deze zet verraste mij, niet omdat het een verkeerde zet is, maar vooral omdat ik d4 verwacht had. Wit zou dan het volledige centrum overnemen waarna zwart door middel van wat trucjes en thematische zetten de stelling in balans kan houden. Nadat 4. Pge2 op het bord stond, realiseerde ik me dat mijn e-pion op e5 hoort, niet op e6. Het verandert het type spel enorm, omdat zwart zijn tegenspel op een totaal andere manier krijgt. }c5 5.g3 Pc6 6.Lg2 g6 { Vanwege de zetvolgorde-verrassing, probeerde ik in een andere type stelling te komen dan met Le7, Pf6, d6 enzovoorts… Die stellingen komen vaak voor uit het Siciliaans. Vanuit de zwart kant heb ik nauwelijks ervaring in zulke posities, terwijl mijn tegenstander ongetwijfeld heel wat kennis erover heeft. Vandaar mijn atypische g6. } 7.d4 { Dit is de kritieke zet! Zonder deze zet heeft zwart de tijd om zijn stukken langzaam te ontwikkelen. Mijn tegenstander heeft nu al een serieus voordeel weten te behalen. } cxd4 8.Pxd4 a6 9.0–0 Lg7 10.Pxc6 dxc6? { Beter was Lxc6, ook een thematisch idee uit het Siciliaans. Hiermee blijft de loper open, en is de d7-pion goed gedekt. In de partij maakte ik mij zorgen over het d6 veld. Met dxc6 zou ik dat probleem oplossen, maar kennelijk nog meer nadelen introduceren.
Het is dan ook vanaf deze zet dat mijn stelling niet echt meer te redden valt. Positioneel is het verloren voor zwart, waar mijn tegenstander goed gebruik van wist te maken. } 11.Dxd8+ Txd8 12.Pa4 b5 13.Pc5 Lc8 14.e5 { Volgens de computer heeft wit een deel van zijn voordeel verloren. Als ik mijn c6-pion zou dekken blijf ik positioneel erg slecht te staan, maar het is nog enigszins speelbaar. } Lxe5?! { Natuurlijk had ik voorzien dat de komende stelling erg onprettig zou zijn voor zwart en hoogstwaarschijnlijk materiaal verliezend. Toch was het naar mijn idee praktisch een handige keuze om de complicaties op te zoeken. } 15.Lxc6+ Ke7 16.cxb5 axb5 { De truc is dat ik Td5 heb, waarmee ik de B-pion waarschijnlijk zal winnen. Nog steeds is die stelling vrijwel hopeloos voor zwart; maar toch, het vraagt wat concentratie van mijn tegenstander. } 17.Te1 { Uiteraard zoekt mijn ervaren tegenstander de simpelste manier om zijn voordeel uit te buiten. Hiermee vermijdt hij mijn enige ‘truc’ die ik had in de stelling. } Lg7 18.Lg5+ Pf6 19.Tad1 h6 20.Lc1 Pd7 

pastedGraphic.png 

21.Pd3! { Erg belangrijk, Pe4 zou namelijk de partij compleet omgooien! In die stelling zou Pe5 voor zwart een kwaliteit winnen. Vanaf dit punt wist ik dat ik geen tegenspel meer zou hebben. De volgende zetten waren mijn beste poging tot het verdedigen van deze hopeloze stelling. } La6 22.Pb4 Pb8 23.Lf3 Lc8 24.Lf4 Txd1 25.Txd1 e5 26.Le3 Td8 27.Pd5+ Kd7 28.Lb6 Th8 29.Pc7+ Ke7 30.Lc5+ Kf6 { Uiteindelijk gaat lukt het mijn tegenstander om de pion te winnen. Vanaf dat punt is het gesneden koek voor zo’n ervaren speler. } 31.Pxb5 { Tijdens de analyse van de partij kwamen we erachter dat Td6+ sneller wint met een aantal fraaie matbeelden. }

Peggy speelde op bord 2 tegen Joost Retera (2252): “Met wit kreeg ik Caro-Kann tegen me. Ik was zeer benieuwd hoe hij de ruilvariant zou aanpakken, aangezien ik dit met zwart ook vaker op bord krijg. Hij koos voor een opzet met g6 en de loper naar g7 en andere loper naar f5. Met een zeer klein ruimtevoordeeltje kwam ik uit de opening. In het middenspel werden bijna alle lichte stukken geruild. Zijn minderheidsaanval (opmars b-pion) sloeg niet door doordat ik de c-lijn kon innemen door Txc3 ipv bxc3 te spelen.  Op de 26ste zet bood hij remise aan omdat er niet heel veel stukken meer op bord stonden.

Elias aan bord 3 kon het met zwart helaas niet bolwerken tegen Jaap Houben (2288).

Ik had mijzelf na drie keer zwart weer eens wit gegeven tegen Anton van Rijn (2192). Na de 23e zet stond het zo: 

pastedGraphic_1.png

24.Pf5+– so far, so good. Wit heeft groot voordeel. Dd7 25.Pg7+ Kd8 26.Ld2 Dc7 

pastedGraphic_2.png

27.Tg5?! Originele zet, maar 27. Lc3 is wel zo gemakkelijk om het grote voordeel te houden.

27…Kc8 28.Df5+ Kd8 29.Dd3 Kc8 

pastedGraphic_3.png

30.Lc3?! Helaas is dit zo’n stelling onder het kopje ‘alles wint’. Daar kan ik natuurlijk niet mee omgaan. De leukste variant was om op mijn Tg5 te kapitaliseren met 30.Pxc5! dxc5 31.Txc5!! (31.Df5+? Dd7 32.Dxc5+ Lc6) 31…Dxc5 32.Tc4 e6 33.b4! (33.Txc5+ Lxc5 34.Dc4 Pd7 35.Le3 Ld5 36.Dc3+–) 33…Pd7 34.bxc5 Ld5 35.Lf4+–. Anderzijds zijn 30.b4, 30.Le3 en Dh3+ ook allemaal goed. Inmiddels waren we beiden in grote tijdnood.

30…Lc6 31.Pb2? Nooit teruggaan natuurlijk: 31.Pxc5 dxc5 32.Txc5 e6 33.Txc6 Dxc6 34.Tc4 Lc5 35.Lxf6+- 31…Ta8 32.a4 Db7 33.Df5+?! Inmiddels hadden beide spelers nog maar een minuutje op de klok. Ik zag het lijk alweer drijven, dus na kort overleg met de teamleider (in mijn hoofd) besloot ik remise aan te bieden. Hij nam het direct aan. Nog steeds erg goed zijn Pf5, Lxf6 of zelfs (na 33.Df5+ Ld7) 34.Dd3 terug. ½–½

Op bord 5 speelde Erwin tegen Jan Pijkeren (2214): “Ik had vlak na de opening meteen een flinke misser, waarmee ook meteen mijn hele stelling instortte. Dus dan maar volop de tactische complicaties ingegaan, om mijn tegenstander zo veel mogelijk kansen te geven om een fout te maken. Dat deed hij niet en rondde de partij zeer nauwkeurig af.”

Peter op 6 verwoordde het zo: “Mijn eindspeltechniek is aan vernieuwing toe. Pion minder, maar een loperpaar: het kan slechter. Maar goed, de twee vrijpionnen hielpen ook niet, dus nauwkeurigheid lijkt geboden. Mijn tegenstander en ik hadden die benodigde nauwkeurigheid gister helaas beiden niet in huis, maar voor zijn stelling was dat minder erg, vandaar dat hij het uiteindelijk ‘dus’ gewoon won.

We beginnen hier. 

pastedGraphic_4.png

Peter Huibers – Guido van Mierlo

Drie vrijpionnen leek me wat veel, dus ik deed d6 om f7 op te halen. Niet slecht, maar blijkbaar is Lf8 gewoon een stuk handiger hier.

pastedGraphic_5.png

Het voordeel van zwart is niet heel groot, maar ik deed hier Kf3. Wat blijkt? De koning staat niet handig op f3, omdat hij daar altijd weer weggejaagd zal worden met tempowinst.

pastedGraphic_6.png

Een teamgenoot vroeg na de partij of ik niet ergens mijn witveldige loper naar c8 had kunnen brengen. Hij had gelijk. Hier is Lf5 met de dreiging Lc8 genoeg voor een gelijke stelling.

pastedGraphic_7.png

En hier kun je c5 spelen met dreiging om met b5 en c6 te werken om een vrije a-pion te creëren. Leek me niet handig om toe te laten dat hij op termijn daar met zijn koning binnen kon gaan vallen, maar dat valt blijkbaar wel mee.

pastedGraphic_8.png

En hier gaat het pas echt fout. Na cxd5 is het nog steeds remise-achtig. Ik deed Kh4 waarna het helaas echt over is.

Xiheng was het lichtpuntje van de dag: “Ik was rond zet 10 uit de theorie en had een iets betere stelling met zwart, omdat de aanval van wit niet echt doorsloeg en ik zelf meer kansen kreeg om aan te vallen. Ik speelde daar eerst Db6, waarna de loper van b5 naar c4 ging en ik Dc7 speelde, waarna wit Dc3 deed. Daarna dreigde wit met Lxf7+, een dame te winnen. Ik moest toen kiezen tussen Le6, wat zou leiden tot een gelijk eindspel, of de dame terug naar b6 spelen. Ik koos voor Db6 om nog winstkansen in de stelling te houden. Dit kostte me wel een pion, maar in ruil daarvoor kreeg ik actieve stukken en aanvalskansen, al bleek dat achteraf gezien niet voldoende. De stelling bleef nog wel lastig, omdat zwart ook tegenspel kreeg en wit misschien wat aanval, torenruil van wit was cruciaal, omdat zwart daarmee tijd won en dus genoeg tegenspel kreeg waarna wit een fout maakte en mijn dame en toren binnenkwamen wat tot torenwinst leidde.”

César nam plaats aan bord 8: 

César Becx – Robbie Manders

Zwart heeft net 16… De7-b4 gedaan. Ik besloot na flink wat gepeins te provoceren met 17. Ld2. Nu kan zwart voordeel krijgen door ‘gewoon’ op b2 te slaan, maar ik gokte erop dat hij daarvoor zou terugdeinzen omdat ik dan snel een toren op b3 zou krijgen met pseudo-koningsaanval met g3-g4. Die bluf pakte best goed uit, want zwart speelde 17… Tfd8. Dat leidde tot eindeloos gereken aan mijn kant. Na rijp beraad werd het na 18. Pd5 Dd6 19. Lb4 c5 deze stelling:

In mijn vooruitberekeningen was ik uitgegaan van 20. Txd4 en dan na 20… exd4 21. e5. Ik dacht dan bijvoorbeeld aan 21… Te8 22. exd6 Txe2 23. Pxf6 gxf6 24. Lxb7 (zie analysediagram)

24… Tb8? (24…Td8 blijkt hier achteraf de zet te zijn om het gelijk te houden) 25. d7! Td8 26. Te1 en wit wint.

Goed, daar had ik wel vertrouwen in, ook al omdat ik de gelijkmaker 24… Td8 niet voorzag. Maar wat zou er gebeuren als zwart na 20. Txd4 exd4 21. e5 het zetje 21… d3 zou doen? vroeg ik me opeens af in dit analysediagram.

Ik heb in de vooruitberekening geen moment gedacht aan 22. Dd1 waarna de computer 0.00 geeft. Ik rekende me enkel suf op de slagvarianten. Als ik 22. Dxd3 doe volgt 22… Dxe5 en staat mijn paard (fataal) gepend. En ik berekende ook dat 22. exd6  dxe2 23. Pxf6 gxf6 24. Lxb7 lelijk faalt op 24… Txd6!

en ik kom vanwege de dreiging Td1 uiteindelijk materiaal te kort, want op Te1 volgt simpel cxb4.

Lang verhaal kort: in deze stelling

zag ik toch maar af van het plan 20. Txd4 en deed ik uiteindelijk gewoon 20. Lc3. De tijdnood kwam in zicht, dat begrijp je. Wrang detail: Robbie gaf na de partij aan dat hij 20. Txd4 vrijwel zeker meteen zou hebben beantwoord met cxb4… met overigens óók een gelijke stelling. 

Gelukkig deed hij het iets verderop niet optimaal en in onderstaande stelling heeft hij zijn dame kwetsbaar opgesteld. Reden voor hem om (na 25… Tab8) remise aan te bieden. 

Goed getimed, want hij had zo’n 20 minuten had en ik nog maar 1,5 minuut. Xiheng had net gewonnen, en Arjen en Peggy remise, dus ik dacht misschien komen we nog in de buurt van de 4-4. Achteraf bleek dat mijn tegenstander en ik allebei dachten dat ik beter stond, toen ik doorspeelde. De engine vindt het gelijk staan.

26. Tf1 f6 Daar hoopte ik op. 27. g4  De zwarte dame is in het nauw en dus moet 27… g5

En ja, nu had ik weer een lastige keuze met weinig tijd. Mijn oorspronkelijke plan was om een toren naar h5 te brengen en dan h4 te spelen en dan te verdubbelen op de h-lijn. Maar dat ziet zwart van mijlenver aankomen, en bovendien… wil ik uiteindelijk dat hij op g5 terugneemt met het paard? Nee dus, en ik koos dan ook – volgens de engine terecht – voor en passant slaan met 28. fxg6 ep. Maar de stelling die daardoor ontstond was in mijn tijdnood wel een stuk complexer dan een dichtgeschoven stelling.

Er volgde 28… Dxg6 29. h4 Kh8 30. Kh2 Tg8 31. Tg3 Dh6 32. Th3 (dit geeft zwart een mini-voordeeltje, kennelijk was 32. h5 beter) 32Tb7 (Beter is 32… a6)

Ook hier houdt 33. h5 het gelijk. Ik was bang voor Pd6-f7-g5, maar dat kan niet meteen omdat f6 dan valt. Ik zat echter, zoals zo vaak in tijdnood, in de ruziezoekmodus en besloot heel bewust tot het uitdagende 33. Dxe3. Je voelt dat er wel een goede slagsequentie voor zwart in moet zitten, maar ik hoopte vooral op 33… Dxe3 34. Txe3 en dan 34… Pc4 35. Tc3! en ik kom binnen via f6, en dan staat wit ietsje beter. Maar zwart koos voor 34… Txg4, terwijl het geduldige 34… Tf7 hem écht voordeel had gegeven. Er volgde 35. Txf6 Pxc4

en nu doe ik het suboptimaal, maar matgericht met 36. Tef3 (Na 36. Tc3 of Tg3 is het gelijk). Zwart kan nu volgens de engine het beste 36… Txh4 doen met een voordeeltje, maar hij deed 36… Tbg7 37. Lh3 Txe4

Ja, en hier ga ik – nog drie zetten verwijderd van de extra 30 minuten – fataal in de fout met 38. Tf8? Na 38… Tg8 moest ik een toren ruilen en hield ik na 39. Txg8 Kxg8 40. Le6 Kg7 41. Tf7 Kg6 uiteindelijk te weinig dreigingen en/of pionnen over om er een halfje uit te slepen. In de laatste diagramstelling had 38. d6 precies die complicaties opgeroepen die ik (te) lang had nagestreefd. 0.00, maar nog van alles mogelijk. Zwart kan dan maar beter Pxd6 doen om het gelijk te houden, maar dat is nogal een keuze. 

Conclusie: op zich aardig gespeeld & gedacht, maar te langzaam.

 
Rating
 
Rating
  Graauw de, S. (Simon) 1924   Solleveld, M. (Maarten) 2495 0 – 1
  Amerongen-Jansen van, M.J.C. (Peggy) 1967   Retera, J.J.C.M. (Joost) 2233 ½ – ½
  Reese de, E. (Elias) 2080   Houben, J.P. (Jaap) 2307 0 – 1
  Amerongen van, A.J.M. (Arjen) 2066   Rijn van, A.B. (Anton) 2193 ½ – ½
  Kalle, E.C.G. (Erwin) 2160   Pijkeren, J. (Jan) 2217 0 – 1
  Huibers, P. (Peter) 2101   Mierlo van, G. (Guido) 2171 0 – 1
  Zhang, X. (Xiheng) 2210   Breuker, D.M. (Dennis) 1980 1 – 0
  Becx, C. (César) 2005   Manders, R. (Robbie) 2060 0 – 1
  Gemiddelde Rating: 2064   Gemiddelde Rating: 2207 2-6

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.