RDS 1 – De Stukkenjagers 5

Het vijfde team veroverde in de match tegen de Rooise Dam- en Schaakvereniging zijn eerste matchpunt. Teamleider Jan Weijters bundelde weer de persoonlijke impressies van de spelers en verdiepte zich en passant in de historie van Sint-Oedenrode.

De weg naar de locatie leek net zo lang als die naar Nijmegen en omstreken omdat je – eenmaal van de A50 af – over kleine landweggetjes werd geleid naar Miss Hyacinth, de naam van het tijdelijke onderkomen van het ontvangende RDS. De gastvrouw – het zal u niet verbazen – ontving ons in een bloemrijke omgeving. Het was alsof we in een gedicht van J.W.F. Werumeus Buning waren beland. Over de poëtische details zal Roger u hieronder nader verslag uitbrengen.

We kwamen traditiegetrouw achter te staan, na nederlagen van Bastiaan en ondergetekende. Toen wonnen Roger en Leo en gelet op de vier overgebleven partijen was het nog maar de vraag of we een puntje of de kleinst mogelijke nederlaag zouden incasseren. Het werd een felbegeerd punt. Emil won nipt en Pranav verloor na een taaie verdediging. Ton boekte een regelmatige zege. We stonden voor: 4-3! Bij Jeroen bleef het spannend tot het laatst. De tegenstander moest alles uit de kast halen om Jeroen op de knieën te krijgen: 4-4.

Hieronder de commentaren van de spelers zelf:

Bord 1  John ten Ham – Bastiaan van de Rijt 1-0

‘Ik moest tegen een sterke tegenstander (1900 elopunten), speelde goed maar maakte een grote blunder waardoor ik verloor. Als ik de blunder niet had gemaakt had ik het nog wel eens willen zien. Tot het einde probeerde ik van alles om er nog een halfje uit te halen. Dat lukte helaas niet. Jammer, de volgende keer beter.’

Bord 2  Bert de Laat – Pranav Paithane 1-0

‘Door omstandigheden verscheen ik ruim te laat aan het bord. Het werd een zware partij met een dominante aanval voor de witte stukken. Het leek erop dat ik een resultaat zou kunnen neerzetten. Ik heb er alles aan gedaan om remise uit het vuur te slepen, maar mijn verdediging was net niet sluitend.’

Bord 3  Ad Verhagen – Emil Voorhorst 0-1

‘Lang ging de partij gelijk op. Na wat schermutselingen in het middenspel resteerde een eindspel met voor mij een dame & paard tegen twee torens & loper, met een gelijk aantal pionnen. De dreiging was dat de twee torens verbonden zouden worden met bovendien een gemene vrijpion. Na een geforceerde ruil van het paard tegen de sterke loper werd weliswaar de vrijpion sterker, maar had ik eeuwig schaak op de slof. Nadat mijn tegenspeler een remiseaanbod afsloeg, verspeelde hij na een aantal schaakjes een toren, waarna het pleit beslecht werd in mijn voordeel.’

Bord 4  René Dekkers – Jeroen van de Rijt 1-0

‘Ik kwam zeer goed uit de opening. De tegenstander gaf een cadeautje weg, een paard. Ik had binnen een paar zetten kunnen winnen, maar door de zenuwen wist ik er geen raad mee. Jammer, anders was het 3-5 geweest, maar werd nu 4-4. Op voorhand tevreden ons gelijkspel, maar tijdens de nabeschouwing bleek dat wij hadden moeten winnen. Nu de knop om naar de cruciale wedstrijd op 12 maart in Rosmalen.’

Bord 5  Cor van Nuland – Leo van Gelder 0-1

‘Op de 11e zet offerde ik mijn dameloper voor de h6-pion. Zou mijn opponent deze loper slaan, dan won ik zijn dameloper op lange termijn terug ofwel moest hij de kwaliteit geven in een gehavende koningsstelling met een pion minder. Mijn opponent sloeg direct mijn loper op h6. Ik dacht nog, ‘dat wordt een kort partijtje’, maar dat viel vies tegen omdat hij zich met hand en tand verdedigde.

Op de 20e zet won ik zijn dameloper terug in een gewonnen stelling omdat zijn stukken op de damevleugel nog niet ontwikkeld waren. Zelf had ik nog niet gerokeerd en een paard op g1 staan. Maar ik had wel een extra pion en een open g-lijn met mijn toren op g3 die druk uitoefende op de koningsvleugel. Mijn opponent verkeerde ook nog eens in tijdnood en op de 34e zet dirigeerde hij zijn dameloper naar een slecht veld. Daardoor stortte zijn stelling volledig in.’

Bord 6  Jos van de Biggelaar – Ton Renes 0-1

Ik kreeg met zwart spelend weer gebruikelijk mijn ‘modern defence’ op het bord. De eerste acht zetten keurig volgens het boekje, waarna mijn tegenstander zijn paard nogal ongebruikelijk op c4 plaatste. Geen idee wat hiervan de bedoeling was, maar het gaf mij de gelegenheid om op de damevleugel het initiatief te pakken. Met een pion op a4 en mijn paard op b3 was zijn damevleugel volledig ingesnoerd. Tijd om op te rukken met de koningsvleugel. Torens erachter en schuiven maar. Een echte doorbraak zat er niet direct in, maar toen ik mijn paard van b3 in de aanval betrok en een aantal van zijn pionnen dreigde te sneuvelen liet hij zich pardoes mat zetten. Sympathiek.’

Bord 7  Wim van der Heijden – Jan Weijters 1-0

‘Bij shorttrack zie je regelmatig uitglijers die goed te verklaren zijn. Op het schaakbord ligt geen ijs, maar met mijn 23e zet glibberde een goed opgebouwde stelling mij uit handen en daarmee de kans op een goed resultaat. Ik was van plan om mijn e-pion naar voren te spelen, maar ik had de c-pion al in mijn hand voor ik er erg in had. Na analyse blijkt dat de eerste gedachte tot winst zou hebben geleid. Tegen beter weten in offerde ik ook nog een paard, het mocht allemaal niet baten. Ik heb door deze misgrepen ons team tekortgedaan. Of misschien was ik aangetast door het Oda-virus (Oda was een blinde Schotse prinses die volgens overlevering rond het jaar 700 het dorp Sint-Oedenrode heeft gesticht. Ik had net als zij – voorafgaand aan de wedstrijd – het graf van de Heilige Lambertus moeten bezoeken; daardoor had zij haar gezichtsvermogen teruggekregen).’

Bord 8  Lex van Kempen – Roger Bougie 0-1

‘Miss Hyacynth is een unieke locatie in het buitengebied van Sint-Oedenrode. Bloemetjesbehang, kasten vol theepotten, zelfgemaakte kunst aan de muur. Spanning vooraf. Zal ik aan een lichtroze, lichtblauwe of lichtgele tafel komen te zitten? Het wordt lichtroze. Ik speel met de zwarte stukken. Van meet af aan het initiatief en een klein voordeel. Buiten danst een windvanger met porseleinen kopjes vrolijk in de pluktuin. Mijn positie op het bord wordt met elke zet een beetje beter. Een roeiboot dobbert aan de kant van een klein meertje op de golfslag. Zonlicht wordt weerkaatst door het water. Mijn tegenstander gunt me met zet 25 een paardvork. Groot voordeel. Een vlucht ganzen trekt voorbij. Opletten voor een laatste aanval van de tegenstander, positie verder verbeteren, geen fouten maken en afruilen. Een toren en een pion tegen drie geïsoleerde pionnen. Mijn pion op de a-lijn wandelt richting overkant. Een uitgestoken hand. De zon schijnt.’

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *