De Stukkenjagers 4 – De Baronie 2 5,5-2,5

Het vierde kreeg het tweede team van De Baronie op bezoek, en mocht met een klein ratingvoordeel hopen om de eerste plek vast te houden. Dat lukte na een enerverende middag. Het door Pieter Priems samengestelde verslag komt van de hand van de teamleden.

De Baronie was een van onze vijf achtervolgers. Het werd een ruime overwinning zonder verliespartijen aan onze kant. Maar de overwinning lijkt eenvoudiger dan het was. Ik speelde met wit op bord 4 een Nijlpaard-opstelling. Zwart nam het centrum in bezit en wit speelde op de damevleugel. De staart van het nijlpaard stak boven water uit (b4). Rens Oomen koos voor een centrumopstoot naar d4, maar dat kostte hem positionele zwaktes. Helaas deed ik enkele zetten later hetzelfde en zijn paard kon binnenkomen in de witte stelling. Rens probeerde een aanval in te zetten, maar dat leverde niets op. Ik nam zijn remiseaanbod aan, op dat moment zag het er goed uit voor de onzen en dan risico nemen is niet mijn stijl.

 

Aan het tweede bord duurde de partij ook minder lang dan witspeler Paul had gehoopt. Na een redelijk rustig verlopen opening laat zwart zichzelf op gegeven moment eigenlijk foppen door een wit paard naar de zijkant van het bord te forceren. Foppen, omdat dat namelijk – aldus de engine – positionele zelfmoord voor zwart had moeten worden. De intuïtieve reactie van de witspeler had dan ook moeten zijn om het paard naar a5 te spelen, wat de zwarte loper op b7 passief maakt. Echter, hij liet zich verleiden tot de zet Pb6, wat op het eerste gezicht idioot lijkt, aangezien het daar geen goede velden lijkt te hebben. Maar Paul had verder gekeken, dus nadat het paard daar door Td6 wordt aangevallen, speelt hij doodleuk Pc8. Voelt raar, en eigenlijk was het dat ook gewoon. Na Td7 heeft wit – ook na heel lang turen – helaas niks beters dan Pb6 terug te spelen, wat na een paar herhalingen ook het einde van de partij betekende.

 

Aan bord 8 speelde Joost met wit tegen Michiel Stafleu. Op papier een gelijkwaardige wedstrijd. Joost: ‘Na de opening had ik een paar prettige voordeeltjes: ontwikkelingsvoorsprong en een betere koningsstelling. Toen ik dacht die te gaan verzilveren, onderschatte ik de zwarte tegenkansen over de g-lijn waarna mijn voordeel verdween en er een stelling overbleef waarin ik hooguit nog kon hopen een lastig eindspel te kunnen keepen. Gelukkig had mijn tegenstander geen behoefte om het eindspel uit te melken en werd de vrede getekend.’

 

Henk-Jans tegenstander probeerde hem te verrassen met een huisvariant. Het snelle 6.f4 werd goed opgevangen. Cruciaal moment was op de 13e zet (zie diagram).

Wit wikkelde met een logisch lijkende dameruil af naar een voor zwart prettig middenspel. In plaats daarvan was de ‘computerzet’ 13.De1 een goede optie geweest om een scherpe stelling te krijgen met wederzijdse kansen. In de partij stond het witte paard op h4 (te) lang buitenspel. Wit probeerde compensatie te zoeken in het centrum, maar al snel nam zwart daar het initiatief over. Genadeklap was de manoeuvre Pa6-c5-e4 waar het zwarte paard de volledige witte stelling domineerde. Zwart won een pion, hield controle over de stelling en de rest was technisch niet al te moeilijk meer.

Ron de Veen speelde met zwart op bord 7 tegen oud-lid Hennie Daniëls. Hij vertelt: ‘Na een rustige opening pakte ik het initiatief in het middenspel en had ik veel meer tijd. Ik ging voor de koningsaanval, maar mijn ervaren tegenstander kon dat nog redelijk goed verdedigen en bood remise aan. De stand was toen 1,5-1,5 en het was ook niet duidelijk wat de teamprognose zou gaan worden. Het kostte wel wat tijd, maar ik mocht het zelf bepalen van Paul. Ik besloot verder te spelen omdat ik de betere kansen had. Toen kwam ik voor een dilemma te staan, een paardoffer met koningsaanval of een octopus in zijn stelling plaatsen. Dat laatste was objectief sterker geweest, maar ik was steeds gericht geweest op de koningsaanval. Dat stukoffer leidde tot een soort verzanding van de stelling en als ik te veel op winst zou spelen kon mijn tegenstander wellicht een beter toreneindspel krijgen. Op dat moment stonden we met 2,5-1,5 voor en waren de kansen op een goed teamresultaat een stuk beter geworden. Mijn tegenstander nam het meteen aan.

Op bord 6 speelde Ger met wit tegen Roman Kok in een Konings-Indische partij. Zwart koos ervoor om snel door het centrum op te rukken. Dat kostte een pion, maar leverde wel wat manoeuvreerruimte op. Toch kon wit het kleine voordeel met logische zetten (zoals het benutten van de open d-lijn) omzetten in het klemzetten van zwart. Dat leidde uiteindelijk tot een grote fout. Op dat moment was 1 matchpunt binnen, met kans op meer!

Christian speelde op bord 5 met zwart tegen Rob van Esch (niet die van EGS). Over zijn partij: ‘Ik kwam er na een beetje slordige opening achter dat mijn tegenstander een beetje speelt zoals ik meestal speel met wit en zwart: extreem tactisch, hij speelt alleen wat aanvallender. Nu weer terug naar de partij en ik bied remise aan, nadat ik gedwongen mijn koning weer in veiligheid kon krijgen (met lange rokade), maar hij wees het af omdat er nog genoeg gespeeld kon worden en omdat hij nog veel meer kon proberen dan ik. Blijkbaar deed hij het goed, want een tiental zetten later kwam hij op +2 uit door een zwaar ruimtevoordeel voor een pion. Ik bood uit paniek weer remise aan, ik moest er de hele tijd tactiekjes uit halen, en nadat hij mij in een moeilijk te berekenen variant een herhaling van zetten kon geven (nadat ik een ogenschijnlijk gratis stuk kon slaan, maar ik dacht dat ik misschien mat ging in die stelling), koos ik er met weinig tijd wat paniekerig voor om een toren en een loper te ruilen, waarna ik één zetje in een tactiekje over het hoofd zag. Ik had de hoop al bijna opgegeven, maar ik schwindle me voor de zoveelste keer dit jaar weer terug uit een stelling die +12 is voor hem (tjonge jonge, misschien kan ik van al mijn schwindles wel een boek maken, als ik er nog een paar krijg dit jaar) en het verzandde in een toreneindspel met drie verbonden pionnen voor hem tegen twee voor mij. Ik bood weer remise aan, omdat dat ons team de overwinning zou bezorgen en na 10 zetten proberen door hem in een compleet remise-eindspel gaf ik het gelukkig niet meer weg en bezorgde ik het nodige halve puntje voor de teamoverwinning. Wat een partij en wat een goed spel van mijn teamgenoten, zonder jullie wonnen we zeker niet met 5,5-2,5. Klasse, mannen!’

Hans speelde aan bord 3 met zwart: ‘Pfff Ik was weer als laatste bezig en moest hard werken voor een punt. Ik vergaloppeerde me met zwart in de Panno, en kwam positioneel slecht te staan met weinig tegenspel. Mijn tegenstander koos in het middenspel niet steeds de goede voortzetting, zodat ik me eruit kon wurmen en tactisch tegenspel kon ontwikkelen. Dat resulteerde in een gewonnen gelijke-lopereindspel dat ondanks een slordigheid eenvoudig gewonnen was. De moraal: je kunt helemaal verloren staan, je tegenstander heet toch niet vaak Magnus Carlsen.’

Het venijn zat dus in de staart! Niet van het nijlpaard, maar van de wedstrijd. We zijn naast koploper in 4H ook nog koploper bij de Stukkenjagers-teams: het enige team, tot nu toe, dat op nummer 1 in zijn klasse staat!

  De Stukkenjagers 4    
  Beukema, O.J.H. (Henk Jan) 1973   Antonissen, M. (Michiel) 1880 1 – 0
  Castermans, P.J.M. (Paul) 1931   Jong de, F. (Frank) 1906 ½ – ½
  Iersel van, J.A.M. (Hans) 1940   Ooms, C. (Kees) 1906 1 – 0
  Priems, P.J.J.M. (Pieter) 1890   Oomen, A.M.J.G.M. (Rens) 1993 ½ – ½
  Zouridis, C.S. (Christian) 1778   Esch van, R.F. (Rob) 1836 ½ – ½
  Pepels, G. (Ger) 0   Kok, R. (Ramon) 1811 1 – 0
  Veen de, R.A. (Ron) 1904   Daniels, H.A.M. (Hennie) 1856 ½ – ½
  Hoog op ’t, J. (Joost) 1833   Stafleu, M. (Michiel) 1849 ½ – ½
  Gemiddelde Rating: 1893   Gemiddelde Rating: 1880 5½-2½

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.