Stefan Hess ruikt weer bloed

In de tweede ronde van het Stukkenjagers Open, op woensdag 1 november, waren de krachtsverschillen al een stuk kleiner. Het taaie verweer van de lager gerate spelers werd uiteindelijk karig beloond, met 2,5 uit 29.

De gang van zaken aan de vier topborden was exemplarisch voor het partijverloop aan vele borden. De underdogs schaakten lang goed mee met de cracks, maar kwamen niet tot scoren. Zo hadden Roland Daamen en Ruud Feelders tegen respectievelijk Stefan Kuipers en Herman Grooten lange tijd verdedigbare stellingen, maar gooide tijdgebrek roet in het eten. Bij Ruud wel heel letterlijk. In een minder staand toreneindspel ging hij doodgemoedereerd door zijn vlag. Daar hielp geen ‘maar we hebben al veertig zetten gedaan’ meer aan.
Een bordje verderop speelde Matthijs Dijkstra (HMC) een spannende pot tegen Mees van Osch. Hij stond een pionnetje voor, maar Mees counterde met een fraai schijntorenoffer, gevolgd door een verwoestende afmaker. Bram van den Berg ging tegen Luuk Baselmans heel wat geleidelijker te werk. Iets té geleidelijk bijna. In een eindspel van paard tegen loper leek het verzilveren van zijn pluspion een technische klus. Maar Luuk verdedigde ondanks tijdnood goed en had op enig moment zelfs de remise voor het grijpen. Juist op dat moment liet hij alsnog de zwarte koning beslissend oprukken.
Nee, voor de echte ratingschok moesten we nóg een bord verderop zijn. Daar nam Thomas Mollema het voor de tweede keer in korte tijd op tegen Stefan Hess. Wellicht in slaap gesust door de geruisloze zege in de recente partij reageerde Thomas niet alert op het gambietspel van Stefan. Hij werd gedwongen tot gxf3, en vanaf dat moment rook Stefan bloed. Dat gutste niet veel later ook in ruime mate uit de opengereten witte koningsstelling: 0-1.
Lager op de ranglijst wist nog maar één andere speler een flinke ratingsurprise te bewerkstelligen. Wil Wouts liet zien dat niet alleen de jeugd nog toekomst heeft. In het eindspel creëerde hij secuur een vrijpion die Daan Baselmans (Rochade) een stuk kostte. De derde die tot een score kwam tegen een hoger aangeslagen opponent was Guus van Heck. Guus van Heck!? Die man die twee, drie gezonde pionnen achterstond tegen de rustig manoeuvrerende Huong Do?! En ook nog maar een dikke minuut op de klok had en daar doorgaans dodelijk zenuwachtig van wordt?! Ja, die. Na een zeer ongelukkige koningszet van Huong wist hij met een kleine megacombinatie pardoes de twee gevaarlijkste zwarte pionnen te elimineren. Daarna ging Huong zelfs nog bijna te ver in haar winstwil, maar het werd remise.
Een nog hogere amusementswaarde had de slotfase van Rudolf Kat-Maarten de Wit, een van de drie partijen die uit de interne van EGS leken te zijn weggelopen. Met voor beiden nog maar weinig tijd op de klok sloegen de heren elkaar zet na zet om de oren met kruispenningen en weggeefschaak. En dat alles begeleid door commentaren met een hoog Waldorf & Statler-gehalte. Het … eh… hoogtepunt werd bereikt, toen Rudolf in gejammer uitbarstte omdat hij in de veronderstelling verkeerde dat hij voor de tweede keer binnen drie zetten in hetzelfde trucje was getrapt. Vijf seconden later drong dan toch het besef door (‘O nee, wácht…’) dat deze keer juist Maarten de plank had mis geslagen en een stuk had weggegeven. Het moet nog lang onrustig zijn gebleven in beider hoofden.
Alle uitslagen vind je hier, de bijgewerkte Stukkenjagers-ratings hier.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.