De Stukkenjagers 2 – Messemaker 1847 1

Het tweede leek op papier kansloos tegen de Goudse ratingkleppers. Maar het liep anders. Arjen van Amerongen, voor één keer non-present captain, bundelde de bijdragen van zijn teamgenoten.

Gelijkspel

Een uitslag waar ik vooraf voor getekend had, zeker nadat ik mezelf moest afmelden met kies- en kaakproblemen. Gelukkig was Rudolf weer van de partij!

Omdat de tegenstander speelde met een paar invallers, waardoor onze gemiddelde ratings ongeveer gelijk uitkwamen, merkte ik dat enkelen wat teleurgesteld waren over het resultaat. Maar, om met Leendert te spreken: “In de competitiestand staan we maar een enkel matchpunt achter op een behoorlijk grote groep. Volop kans op handhaving dus.” En zo is ‘t. Onderstaand de fragmenten die mijn teamgenoten me stuurden:

Bord 1

Peter, met zwart: “In mijn partij tegen Peter Scheeren, ooit 2e van Nederland, kwam ik na een afwikkeling zeer matig te staan. Gelukkig speelde hij slordig verder, waardoor er een interessant toreneindspel op het bord kwam. Twee pionnen achter, maar waarschijnlijk wel remise te houden. Helaas beging ik een fout, waarna het snel over was. Jammer maar helaas dus.“

Bord 2

Fré, met wit: “Heb ik juist mijn witrepertoire aangepast om wat meer rustige, minder theoretische stellingen te kunnen spelen, zonder dat je het gevoel hebt dat je, zoals met 1. b3, met zwart te spelen, krijg ik toch in de laatste partijen scherpe rekenstellingen met pionoffers over me heen. Mijn tegenstander had het even minder nauwkeurig gedaan en ik had na lastig verdedigen een gelijke stelling bereikt, toen mijn energie op raakte. Ik zat enige tijd naar de volgende stelling te kijken:

Ik overwoog de dames te ruilen, maar dan leek me wit toch weer lastig te staan. Ik wilde graag veld e5 krijgen voor m’n dame, toen ik me opeens afvroeg, ‘wacht ’s even, waarom kan ik niet gewoon op d6 slaan?’ Ik speelde dus 31. Dxd6?? en viel toen bijna van m’n stoel toen hij met 31… Pd3! op de proppen kwam. Niks werkt meer, en beste dat ik kon verzinnen, was om de kwaliteit te geven met 32. Tf1 Pxf2+ 33. Txf2 Dxf2 34. De5+ Df6 35. Dxf6+ Txf6, maar ik verlies meteen minimaal nog een pion en ik kon snel opgeven.

In de diagramstelling kan wit een gelijke stelling bereiken met 31. c5! (de juiste manier om e5 beschikbaar te krijgen) 31… dxc5 32. dxc5 Ph3 33. De5+ Df6 34. Dxf6 Txf6 35. Te8+ Kg7 36. Te7+ Kf8! 

37. Te5! om torenruil af te dwingen na 37… Txf2 38. Tf5+ Txf5 39. Lxf5 h5 40. Kg2 en het eindspel is remise. Wit moet echter niet in de verleiding vallen van 37. Txb7?, want 37… Txf2 38. Ld3 Pg5 39. Txa7 Txb2 40. Tc7 h5! en zwart wint niet alleen wat witte pionnen maar gaat ook nog mat dreigen na 41. Txc6 Pf3.”

Bord 3

Erik, met zwart: “In mijn partij werd mijn openingsreportoire voor de tweede keer deze aan een proefwerk onderworpen, eerder deze week deed Yuri Gassner dat. Ik scoorde een onvoldoende, met mooi aanvalsspel kwam mijn tegenstander gewonnen te staan. Ik kan wel zeggen dan ik goed verdedigd heb, maar de computer oordeelt dat ik zo’n 20 zetten straal verloren stond. Maar goed, mijn stugge verdediging werd uiteindelijk beloond met een blunder van mijn tegenstander, waarna hij meteen kon opgeven. 15.Pc5 was een mooie zet van wit om mijn paard op e4 weg te lokken, wat een mooie witte aanval tot gevolg had. 38.Tb1 is natuurlijk de blunder die direct tot verlies leidt.”

Bord 4

Ruud, met wit: “Met wit tegen Frans Bottenberg een fransman op het bord. Het viel me al op dat Frans redelijk vlot zijn zetjes deed tegen de variant die ik wel vaker speel. Op zich is het met wit niet de meest kritieke variant om op voordeel te spelen, en dat bleek ook wel. Na dat we de openingsfase verlaten hadden was er een evenwichtige stelling waarin ik remise kreeg aangeboden, en dat leek mij een goed idee ook omdat ik niet echt een plan had hoe verder te komen. In de nazit bleek dat Frans zich had voorbereid met onder andere een partij van ik denk wel minstens 20 jaar geleden. Zo zie je maar, volgende keer eens iets anders proberen.“ 

Bord 5

Rudolf, met zwart: “Mijn partij ging als volgt: 1) e4, c6 2) d4, d5 3) ed5:, cd5: 4) c4, Pf6 5) Pc3, e6 6) Pf3, Lb4 7) cd5:, Pd5: 8) Ld2, Pc6 9) Ld3, Le7 10) 0-0, 0-0 11) De2, Pdb4 12) Le3, Pd3: 13) Dd3:, Pb4 14) Dc4

Tot zover vrij theoretisch, maar Dc4 leek me niet goed en inderdaad, de computer gaf aan óf De4, wat ik verwachtte, óf Dd1, wat een computerzet moet zijn, want de ratio daarvan ontgaat me. Als antwoord op Dc4 speelde ik Ld7 met het doel Tc8 daarna te spelen, echter dit liet pion d5 toe, waarna de partij volledig vervlakte en remise werd al op zet 23 overeengekomen. César vond het een vlekkeloze partij (van mij of beiden?), maar de computer gaf aan, dat ik juist op zet 14 iets sterkers had en eigenlijk had ik dat ook moeten weten. Pionzet b6 zou daar een heel normale zet zijn geweest, komt in deze Panov-variant vaak voor en de dreiging is natuurlijk La6 (valt Dc4 en Tf1 aan). De computer ging als volgt verder: 15) Db3, Lb7 waarmee d5 voorkomen wordt en de zwakte van de witte pion d4 blijft bestaan. Zwart stond al wat beter – vond de witspeler ook – maar na Lb7 zouden er nog meer mogelijkheden om spel te maken zijn geweest. Achteraf bekeken, toch een steekje laten vallen. Aan de andere kant, het heeft een half punt opgeleverd, in het ergste geval een nul.”

Bord 6

John, met wit: ”Bij mij kwam de Tarrasch variant van het Frans op het bord. Na c7-c5 en e4xd5 sloeg zwart met de dame terug. Meestal wordt e6xd5 gespeeld. Ik kwam met een heel licht voordeeltje uit de opening. Mijn tegenstander dacht met f4 mijn zwartveldige loper te kunnen insluiten, maar dat pakte verkeerd uit. Ik won die pion met een leuke combinatie en daarna kwam zwart er eigenlijk niet meer aan te pas. Ik kreeg twee torens op de 7e rij. Met een simpel kwaliteitsoffer Tc7xLf7 en een penning met Ld5 stond zwart pat en kon ik alles afruilen. Mijn vrije pluspion op c3 was toen beslissend.”

Bord 7

Leendert, met zwart: “L.P. speelde geen beste partij. In het vroege middenspel liet hij een steek vallen wat een volle pion kostte. Hij speelde nog op complicaties maar de stelling leende zich er niet goed toe, wit had aan een vrijpion een winnende troef.”

Bord 8

Peggy, met wit: “Ik pakte de Scandinavische gambietpion op e6 waarna zwart verzuimde compensatie te zoeken. In plaats daarvan offerde hij een stuk om de h-lijn te openen, maar dit faalde vrij eenvoudig.”

 

De Stukkenjagers 2                                                      Messemaker 1847 1                4 – 4

Huibers, P. (Peter)                                2054              Scheeren, P.M.J. (Peter)           2366    0 – 1

Hoogendoorn, F.T.J. (Fré)                   2028               Evengroen, H.J. (Henk-Jan)      2211    0 – 1

Dignum, E. (Erik)                                  1972                Evengroen, J. (Jan)                   2091    1 – 0

Feelders, R.A.J. (Ruud)                       1994                Bottenberg, F.A. (Frans)           1994    ½ – ½

Kat, R. (Rudolf)                                     1918                Brinkers, C.P. (Kees)                 1986    ½ – ½

Greunsven, A.A.J.M. (John)                 2013              Eijgelaar, J. (Jeroen)                  1772    1 – 0

Pols, L.A. (Leendert)                             1974               Michielen, F. (Frank)                  1766    0 – 1

Amerongen-Jansen van, M.J.C. (Peggy) 1913          Zekusic, Z. (Zoran)                    1635    1 – 0

 

 

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *