‘t Paardje – De Stukkenjagers 5

Het vijfde kwam in Made niet in de buurt van zijn tweede seizoenszege. Wel is het vijfde uitgebreide wedstrijdverslag geproduceerd, waarbij vervangend teamleider Roger Bougie de impressies van de teamleden van een educatief sausje voorziet.

Terug naar school

Tijdstip: zaterdag 7 maart. Lokatie: een middelbare school, ergens in Made. Opdracht: punten pakken.

Van tevoren hadden we stiekem gehoopt op een verrassing tegen ‘t Paardje. Er was per slot van rekening slechts een verschil van 200 ratingpunten per bord en dat was minder dan we gewend zijn. Met wind in de rug zou het vandaag zo maar eens een mooie dag kunnen worden…

Zo’n dag werd het niet. In plaats daarvan valt de ontmoeting met ‘t Paardje het best te omschrijven als ‘een dagje terug naar school’. De inhoud van de lessen volgt hieronder, in volgorde van snelheid waarmee de partijen werden afgewikkeld.

Les 1 (bord 8): Roger Bougie – Murphy’s law

Mijn tegenstander opende met f4, de Bird-opening. Die kon ik nog niet tot mijn repertoire rekenen. De eerste 15 zetten kon ik de situatie desondanks zo goed als gelijk houden, maar daarna kreeg ik een les in positiespel die me nog lang zal heugen. Mijn koning kwam steeds verder onder druk te staan en bij zet 25 zag ik geen uitweg meer. Kansloos. Darwin.   

Les 2 (bord 1): Thomas Tepe – The law of vacant places

Ik ben aan het werk. Zeg maar iets liefs. 

Les 3 (bord 4): Carlo Butalid – The ostrich effect

Het spel begon als een Spielmann Indian.  Op de 11e zet opende mijn tegenstander de aanval op de c-lijn. Ik sloeg die af op de 15e zet. Later, op zet 23, ging hij het op de a-lijn proberen, maar dit lukte ook niet. Vervolgens trok zijn dame op de 29e zet naar a2.  Ik had niet gemerkt dat deze ‘terugtrekking’ het begin was van een aanval op mijn pion op d5 – de d-lijn dus.  Twee zetten later realiseerde ik me (te laat) dat hij op het punt was om met twee toren en een dame d5 te nemen, terwijl ik alleen mijn dame en een toren had ter verdediging – mijn andere toren was te ver weg. Op de 32e zet, pakte hij d5; ik gaf twee zetten later op.

Les 4 (bord 5): Ivar van der Heide – The law of unintended consequences

Met goede moed begon ik mijn partij. Dat moest ook wel, want al snel was mijn positie niet heel erg fijn. Dan maar vechten voor een remise. Dat lukt redelijk totdat ik op een verkeerde manier een stuk terug sla. Dan blijkt ineens dat goede moed niet voldoende is. Je schuift nog wat heen en weer, maar meer dan dat zat er niet in. Volgende keer beter?

We staan met 4-0 achter. In theorie kun je dan nog gelijk komen. De praktijk was anders. 

Les 5 (bord 7): Elroy Kerstens – The law of the handicap of a head start

Mijn partij begon 1. e4 b6 2. d4 Lb7 en ik kwam al snel in een stelling waarbij zijn loper op b7 helemaal opgesloten stond, en zijn koningspaard vast op h7. Stockfish waardeerde het veelal fluctuerend beter voor wit tussen de 1 en 2. Toch vond ik geen winnende variant en wist hij alle dreigingen goed te verdedigen. Remise. 

Les 6 (bord 6): Jeffrey van Huijgevoort – The narrow escape problem

Zaterdag 7 maart op bezoek bij ‘t Paardje, waar de kans op een corona-besmetting groter was dan de kans op  een overwinning. Mijn tegenstander René Gosens opende met een Damegambiet. Al vrij snel ontstond een nagenoeg symmetrische stelling waarbij de stukken snel geruild werden. Het eindspel was even spannend, maar mijn tegenstander kon zijn extra vrijpion niet omzetten in een vol punt. De partij eindigde in onvoldoende materiaal om mij schaakmat te zetten. Maar gezien het ratingverschil was het resultaat nog niet zo slecht.

Les 7 (bord 2): Leo van Gelder – The principle of restricted choice

Op de 5e, 26e en 33e zet werden de eerste drie stukken geruild. Met nog alle witte en zwarte pionnen op het bord had ik met zwart wel gebrek aan ruimte. Maar ik stond niet onder al te zware druk en won zelfs op de 35e zet een pion. Geleidelijk aan kreeg ik zelfs enig tegenspel. Natuurlijk zou bij andere voortzettingen het voordeel tussen wit en zwart afwisselend heen en weer gaan. Op de 45e zet werd remise gegeven, mijn opponent beweerde dat ik een zwakke pion op a6 had. Daar had hij wel gelijk in, maar net als in de gehele partij kon ik steeds een goede verdediging vinden. Fritske 13 zegt zelfs dat ik in de slotstelling enig voordeel had. Laat ik daar maar tevreden mee zijn. 

Les 8 (bord 3): Raimon Bach – Schrödinger’s cat 

Na de hoofdvariant van de Caro-Kann offerde mijn tegenstander een pion voor activiteit. Dit bleek niet goed te zijn, op zet 23 staat het +3 voor mij. Door een blunder op zet 24 moet ik mijn dame ruilen voor een toren, om mat achter de paaltjes te voorkomen. Dan staat het ineens -2.5… Op naar de volgende.

Als de laatste les is afgelopen gaat de bel. Met een rugzak vol huiswerk stuiven we van het schoolplein af. Met drie mooie remises en vijf verliespartijen was het een leerzame dag.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *